Aan de slag
Leerkaarten is een app waarmee je woorden en begrippen op kaarten zet en ze steeds opnieuw herhaalt. Hieronder lees je stap voor stap hoe je de eerste keer te werk gaat.
Op deze pagina
Een stapel maken
Kies op het startscherm ‘Stapel maken’ en geef de stapel een naam voor het onderwerp dat je wilt leren. Je kunt ook mappen maken om je stapels te ordenen.
Kaarten toevoegen
Open een stapel, vul de voorkant (vraag) en de achterkant (antwoord) in en druk op ‘Kaart toevoegen’. Een hint en een foto zijn optioneel.
Grote foto’s worden bij het toevoegen automatisch verkleind, zodat de langste zijde 1280 pixels is. Zo blijft de hoeveelheid gegevens op je apparaat beperkt.
Wil je veel woorden tegelijk toevoegen, dan kun je ook een CSV-bestand importeren. Meer hierover lees je in ‘Woordkaarten maken met CSV en AI’.
Een antwoordmodus kiezen
Kies op het stapelscherm hoe je antwoordt: zelf beoordelen, antwoord typen of meerkeuze. De verschillen worden uitgelegd in ‘Antwoordmodi en herhaalbereik’.
Voor het eerst herhalen
- Kies op het stapelscherm een antwoordmodus
- Druk op ‘Herhaling starten’
- Druk op het scherm ‘Kies een herhaling’ op ‘Herhaling van vandaag starten’ (je kunt ook een ander bereik kiezen)
- Bekijk de kaart, probeer eerst het antwoord te herinneren en controleer het daarna
- Na afloop zie je de nauwkeurigheid van deze sessie en het aantal kaarten bij ‘Te herhalen tot en met morgen’
- Had je woorden fout, dan kun je met ‘Foute antwoorden herhalen’ alleen die woorden nog een keer oefenen
Staan er vandaag geen woorden gepland, dan zie je in plaats van ‘Herhaling van vandaag starten’ de melding ‘Er staan vandaag geen woorden gepland voor herhaling’. Ook dan kun je oefenen, bijvoorbeeld met ‘Alle woorden herhalen’. De verschillen tussen de bereiken worden uitgelegd in ‘Antwoordmodi en herhaalbereik’.
Een back-up maken
Je gegevens worden opgeslagen in de browser op je apparaat en worden niet automatisch gesynchroniseerd. Open in ‘Instellingen & handleiding’ bij ‘Gegevensbeheer’ het onderdeel ‘Back-upbeheer’ en sla je gegevens op met ‘Exporteren als JSON’. Gaat je apparaat kapot of stap je over op een ander apparaat, dan kun je ze terugzetten met ‘Herstellen vanuit JSON’. Maak regelmatig een back-up.
Wanneer je voor het laatst een back-up hebt geëxporteerd, zie je bij ‘Laatste back-up’ in ‘Gegevensbeheer’.
Als je een back-up importeert met ‘Herstellen vanuit JSON’, worden al je huidige gegevens vervangen. In het bevestigingsscherm zie je wanneer de back-up is gemaakt en de namen van de stapels. Ga je verder, dan worden je huidige gegevens eerst geëxporteerd als veiligheidskopie (een JSON-bestand waarvan de naam begint met vocab-backup-before-restore-). In sommige browsers wordt gevraagd of je het bestand wilt opslaan; sla het dan op. Controleer of het is opgeslagen en druk daarna op ‘Importeren’; dan begint het importeren. Lukte het opslaan niet, druk dan op ‘Veiligheidskopie opnieuw exporteren’. Wil je niet importeren, druk dan op ‘Annuleren’. Heb je per ongeluk een verkeerde back-up geïmporteerd, importeer dan deze veiligheidskopie met ‘Herstellen vanuit JSON’; zo krijg je de situatie van vóór het herstel terug.